Pensioen
Posted by Diego Martins Ferreira on 03-01-2011 | Reageren uitgeschakeld
Pensioenregelingen moeten in grote lijnen aan de volgende fiscale kaders voldoen:
- In een pensioenregeling mogen (nagenoeg) uitsluitend voorzieningen worden getroffen voor:
- een levenslang ouderdomspensioen voor de werknemer
Als uitgangspunt geldt dat de werknemer pas op 65-jarige leeftijd stopt met werken. De werknemer mag wel eerder dan op de leeftijd van 65 jaar met ouderdomspensioen gaan, maar de pensioenuitkeringen moeten dan actuarieel worden herrekend. Dit leidt tot lagere uitkeringen. Het vervroegen van de pensioendatum is alleen toegestaan als de werknemer op die datum ook daadwerkelijk bij u stopt met werken. - een partnerpensioen dat na het overlijden van de werknemer kan toekomen aan de (ex-)echtgenoot of (ex-)partner waarmee een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd of is gevoerd
- een wezenpensioen dat na het overlijden van de werknemer kan toekomen aan eigen kinderen of pleegkinderen jonger dan 30 jaar
- een arbeidsongeschiktheidspensioen bij arbeidsongeschiktheid van de werknemer die langer dan een jaar heeft geduurd en naar maatschappelijke opvattingen redelijk is
- een nabestaandenoverbruggingspensioen tot 65 jaar dat naast het partnerpensioen kan worden toegekend als dat pensioen vóór het bereiken van de 65-jarige leeftijd ingaat
Het nabestaandenoverbruggingspensioen kan ook worden toegekend naast het wezenpensioen.
- een levenslang ouderdomspensioen voor de werknemer
- In de regeling moet onder meer worden opgenomen dat de pensioenrechten niet kunnen worden afgekocht, vervreemd, beleend of prijsgegeven, tenzij de Pensioenwet dat toestaat.
- Het pensioen moet zijn verzekerd bij een verzekeraar die in de wet wordt genoemd.
- Het pensioen moet, uitgaande van de ingangsdatum van 65 jaar, blijven binnen de begrenzingen die zijn opgenomen in de wet, zoals:
-
- Bij een eindloonregeling wordt per dienstjaar maximaal 2% van het pensioengevend loon aan ouderdomspensioen opgebouwd.
- Na 35 jaar wordt zo een ouderdomspensioen van 70% van het eindloon opgebouwd. Bij langer werken kan er meer pensioen opgebouwd worden, tot maximaal 100% van het laatstverdiende loon.
- Voor een middelloonregeling gelden grenzen van 2,25% per jaar en ook 100% als maximum.
- Alle bovengenoemde grenzen worden bepaald met inbegrip van de AOW-uitkeringen (doorgaans middels de zogenoemde AOW-franchise). Naast de collectieve – verplichte – pensioenregeling mag een regeling, binnen de hiervoor genoemde grenzen, voorzien in verschillende individuele modules waaruit de werknemer zelf een keuze kan maken.
- Voor de voldoening van de individuele vrijwillige modules kan het spaarloon worden gedeblokkeerd.
- Opbouw van pensioen is ook toegestaan tijdens ouderschapsverlof, sabbatsverlof, studieverlof, zorgverlof, of verlof waarin levensloop wordt opgenomen.
- Ruil van partnerpensioen in ouderdomspensioen en andersom is toegestaan.
- Variabilisering van de pensioenuitkeringen is toegestaan, binnen de verhouding 100:75.
40-deelnemingsjarenpensioen
Werknemers die op 63-jarige leeftijd of eerder 40 deelnemingsjaren hebben bij een pensioenfonds, kunnen daarmee een aanvullend levenslang ouderdomspensioen opbouwen. Daardoor kunnen zij bij het bereiken van de leeftijd van 63 jaar toch stoppen met werken. Het 40-deelnemingsjarenpensioen moet gelijk ingaan met het ouderdomspensioen.
Het (actuarieel herrekende) ouderdomspensioen en het 40-deelnemingsjarenpensioen mogen in totaal niet meer bedragen dan 70% van het pensioengevend loon op 63-jarige leeftijd. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met de AOW-inbouw. Na de leeftijd van 65 jaar gaat immers de AOW-uitkering in. Vóór de leeftijd van 65 jaar mogen het ouderdomspensioen en het 40-deelnemingsjarenpensioen samen het gemis aan AOW compenseren tot het bedrag van de AOW-inbouw.
Door de variatie in hoogte van het ouderdomspensioen en het 40-deelnemingsjarenpensioen vóór en na de leeftijd van 65 jaar, kan in totaal een gelijkblijvend pensioeninkomen vóór en na de leeftijd van 65 jaar worden bereikt, rekening houdend met de AOW-uitkering. Belaste uitkeringen op grond van een overbruggingspensioen of prepensioen en VUT-uitkeringen tellen mee bij de toets of er ruimte is voor een 40-deelnemingsjarenpensioen en bij de 70%-grens.
AOW-franchise
Bij de berekening van het ouderdomspensioen moet u rekening houden met AOW-uitkeringen die uw werknemer zal ontvangen. Daarom moet u het pensioengevend loon verminderen met een AOW-franchise. Het pensioen berekent u over de pensioengrondslag die na aftrek van de franchise resteert. Bij een maximaal gebruik van de ruimte voor pensioenopbouw bedraagt de AOW-franchise ten minste € 12.674. U mag rekening houden met een lagere AOW-franchise, als u een lager jaarlijks opbouwpercentage toepast dan maximaal is toegestaan en er geen overgangsregeling geldt. De toepassing van een lagere AOW-franchise is afhankelijk van het opbouwstelsel.
Pensioenopbouw volgens het eindloonstelsel
Bij een opbouw per dienstjaar van niet meer dan 1,8% mag de AOW-franchise € 10.482 bedragen. Bij een opbouw per dienstjaar van meer dan 1,8%, maar niet meer dan 1,9% mag de AOW-franchise € 11.599 bedragen.
Pensioenopbouw volgens het middelloonstelsel
Bij een opbouw per dienstjaar van niet meer dan 2,05% mag de AOW-franchise € 10.482 bedragen.
Bij een opbouw per dienstjaar van meer dan 2,05%, maar niet meer dan 2,15% mag de AOW-franchise € 11.599 bedragen.
Pensioenopbouw volgens beschikbare premieregelingen
Je kunt de staffels uit het besluit van de staatssecretaris van 21 december 2009, nr. CPP2009/1487M op de volgende manier toepassen:
Voor beschikbare premieregelingen voor een middelloonopbouw van ten hoogste 2,05% (eindloon 1,8%) mag u de staffels toepassen die zijn gericht op een opbouw van 2,05% middelloon. Deze staffels kunt u toepassen op het pensioengevend loon, verminderd met een franchise van € 10.482.
Voor beschikbare premieregelingen voor een middelloonopbouw van ten hoogste 2,15% (eindloon 1,9%) mag u de staffels toepassen die zijn gericht op een opbouw van 2,15% middelloon. Deze staffels kunt u toepassen op het pensioengevend loon, verminderd met een franchise van € 11.599.
Een pensioenregeling kan ook voorzien in individuele modules waaruit uw werknemer zelf een keuze kan maken. Als uw werknemer hiervan gebruikmaakt, wordt het totale opbouwpercentage per dienstjaar hoger. Om te beoordelen of u rekening mag houden met een lagere AOW-inbouw, moet u uitgaan van het hogere opbouwpercentage per dienstjaar.
Overbruggings- en vroegpensioen
Werknemers die voor 1 januari 2005 55 jaar of ouder waren, mogen deelnemen in een overbruggings- en vroegpensioenregeling. Een overbruggingspensioen is een regeling die naast het ouderdomspensioen kan worden toegekend, als het ouderdomspensioen vóór het bereiken van de 65-jarige leeftijd ingaat. Een vroegpensioen is een levenslang ouderdomspensioen dat ingaat vóór het bereiken van de leeftijd van 65 jaar.
Aanwijzen pensioenregeling
Een regeling die niet helemaal aan de voorwaarden voor een pensioenregeling voldoet, kan onder omstandigheden door de ministers van Financiën en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden aangewezen als pensioenregeling. Een verzoek hiervoor moet u sturen naar het ministerie van Financiën, Postbus 20201, 2500 EE Den Haag. Regelingen die u geheel of gedeeltelijk in eigen beheer houdt, kunnen niet worden aangewezen als pensioenregeling. Neem bij twijfel of een regeling een pensioenregeling is, contact op.
Modelpensioenregelingen voor pensioen in eigen beheer
Er zijn 2 modelpensioenregelingen voor pensioentoezeggingen die u in eigen beheer uitvoert. Het ene model voorziet in een pensioentoezegging volgens het eindloonstelsel. Het andere model voorziet in een pensioentoezegging volgens het middelloonstelsel. Bij beide modellen gaat het ouderdomspensioen in bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar.
Lees voor meer: Pensioen-belastingdienst.nl
Pensioen
Door de vergrijzing lopen de pensioenkosten op. Dit is niet op te vangen met premieverhoging vanwege de nu al hoge premie en de steeds kleiner wordende groep premiebetalers. Financiering van de oplopende kosten gebeurt grotendeels uit rendementen. Hiervoor zijn pensioenfondsen risicovol gaan beleggen. Deelnemers weten onvoldoende van de risico’s en verwachten een hoger pensioen dan ze krijgen. Door al deze ontwikkelingen is het stelsel niet toekomstbestendig. Daarom voert de overheid gesprekken met de sociale partners over aanpassing van het pensioenstelsel.
In het regeerakkoord staat dat de AOW-leeftijd wordt verhoogd naar 66 jaar. Waarschijnlijk in het eerste kwartaal van 2011 zal het kabinet de Tweede Kamer informeren over de verdere gang van zaken rond de verhoging van de AOW-leeftijd naar 66 jaar.
Vragen m.b.t. pensioen.
- Bouw ik pensioen op als ik (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt raak?
- Bouw ik pensioen op als ik werkloos word?
- Bouw ik volledig pensioen op?
- Eindigt mijn Anw-uitkering als ik naar het buitenland vertrek?
- Hoe hoog is de Anw-uitkering?
- Hoe hoog is de halfwezenuitkering?
- Hoe hoog is de wezenuitkering?
- Hoe kom ik erachter of mijn pensioenuitkering straks verlaagd wordt?
- Hoe ontstaat een pensioengat?
- Hoe wordt het pensioen bij mijn werkgever opgebouwd?
- Hoeveel nabestaandenpensioen krijgt mijn partner?
- Krijgt mijn ex-partner nabestaandenpensioen als ik overlijd?
- Waar vraag ik een Anw-uitkering aan?
- Waar vraag ik mijn pensioen aan als ik 65 word?
- Waarom zijn de fiscale voordelen voor VUT en prepensioen afgeschaft?
- Wanneer heb ik recht op een Anw-uitkering?
- Wanneer heb ik recht op een halfwezenuitkering?
- Wanneer heb ik recht op een wezenuitkering?
- Wanneer stopt mijn Anw-uitkering?
- Wat gebeurt er met mijn pensioen als ik eerder stop met werken?
- Wat gebeurt er met mijn pensioen als ik overlijd?
- Wat gebeurt er met mijn pensioen als ik van baan verander?
- Wat gebeurt er met VUT en prepensioen?
- Wat is de Algemene nabestaandenwet (Anw)?
- Wat is een nabestaandenpensioen?
- Wat is een pensioenbreuk?
- Wat is uitruil van pensioenrechten?
- Wat is VUT en prepensioen?
- Wat regelt de Pensioenwet?
- Wat zijn de gevolgen voor mijn inkomen als mijn partner overlijdt?
- Welke gebeurtenissen kunnen gevolgen hebben voor het pensioen van mijn werkgever?
- Welke gevolgen zijn er als ik na ingang van mijn AOW, (pre-)pensioen of VUT doorwerk?
- Welke soorten nabestaandenpensioen van de zaak zijn er?
- Welke soorten pensioenfondsen zijn er?
- Welke voorzieningen zijn er als ik stop met werken?
Hoofdonderwerpen pensioen:
1. Pensioen
2. Basis- en aanvullend pensioen
3. Pensioen overheidspersoneel
4. Aanvullend pensioen
5. Waar vraag ik mijn pensioen aan als ik 65 word?
6. Verstandig je pensioen regelen
7. Scheiding en pensioen
8. Vergoedingen en pensioen raadsleden
9. Aanvullend pensioen via werkgever
10. Bouw ik volledig pensioen op?
Pensioenfondsen
Werkgevers in bijvoorbeeld de bouw, detailhandel, horeca, zorg en grafische sector moeten zich aansluiten bij hun bedrijfstakpensioenfonds. Ook moeten zij een pensioenregeling hebben. In bepaalde sectoren zijn werknemers verplicht aan deze regeling mee te doen. Sommige grote ondernemingen hebben een eigen pensioenfonds.
Als uw onderneming niet onder een verplicht pensioenfonds valt, mag u uw werknemers een individuele voorziening aanbieden, via bijvoorbeeld een verzekeringsmaatschappij. In dat geval storten u en uw werknemer maandelijks een bedrag.
Links:
Rijksoverheid.nl/onderwerpen/pensioen
Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen
Register voor Pensioenfondsen (DNB)
Brochure ‘Het Nederlandse Pensioenstelsel’ (Rijksoverheid)
Nieuw: Wil je weten hoeveel pensioen je in je loopbaan hebt opgebouwd (incl. AOW) dan kun je dit overzicht bekijken op mijnpensioenoverzicht.nl.
Bron: Rijksoverheid en Belastingdienst





